DIE MACHEN LANGE BEINE

Tun Sie es den internationalen Modeprofis gleich und verlängern Sie Ihre Beine optisch auf Model-Länge – mit 15 klugen Styling-Tricks

Brugs (dialect)

admin, · Kategorien: Allgemein · Schlagwörter: , ,

Brugs is de variant van het Nederlands zoals dat in Brugge gesproken wordt. Het is een vorm van het West-Vlaams, maar het echte Brugs is een typisch stadsdialect dat duidelijk te onderscheiden is van de dialecten uit de rest van West-Vlaanderen.

Het West-Vlaamse dialect, en vooral dat van de zo belangrijke handelsstad Brugge, heeft de eerste bijdrage geleverd aan de standaardisering binnen het Middelnederlands.

Een enkele medeklinker tussen twee klinkers waarvan de eerste kort en beklemtoond is, wordt verdubbeld: barakke (niet barake), persèssie (niet persèsie), dinne (niet dine), gorre (niet gore), petutter (niet petuter) etc. Soms helpt deze regel ons de klemtoon te bepalen: zo kan kateliek (katholiek) worden onderscheiden van katteliek (kattenlijk).

Deze verdubbelingsregel geldt niet bij de ie en de oe, die wel korte klinkers zijn maar ook in het Nederlands geen verdubbeling veroorzaken. (dus piepoo, niet pieppoo; foefelen, niet foeffelen). Ook de uu veroorzaakt geen verdubbeling: muule, niet muulle.

Bij samenstellingen wordt de verdubbelingsregel toegepast op de afzonderlijke, samenstellende leden en niet op de samenstelling als geheel: zo wordt in kofferfòòr de f in koffer- verdubbeld, ook al valt de klemtoon van de samenstelling als geheel op -fòòr, en niet op de o in kof. Evenzo wordt in flaschestèkkere (‚mager iemand‘) de k in -stèkkere verdubbeld, ook al krijgt flasche- de klemtoon binnen de samenstelling als geheel.

Een medeklinker kan van articulatie veranderen (zelfs wegvallen) onder invloed van de medeklinker die volgt of voorafgaat. Dit verschijnsel van wederzijdse beïnvloeding wordt in de taalkunde assimilatie genoemd. Omdat assimilatie grotendeels te voorspellen is, zijn er regels voor te formuleren en hoeft men bijgevolg niet elke klankverandering in de spelling aan te duiden. Dit zijn de belangrijkste gevallen en de erbij horende afspraken voor de spelling:

Een medeklinker waarop een b of d volgt, wordt stemhebbend. In de taalkunde noemt men dit verschijnsel anticiperende assimilatie: de eerste medeklinker past zich al aan de volgende aan. Conform de Nederlandse spelling geeft men deze klankverandering niet weer. Men schrijft dus ofbustelen (niet ovbustelen), j’is buuten (niet j’iz buuten), ip de taafel (niet ib de taafel) etc.

Anders dan in het AN wordt een t voor een d toch niet stemhebbend. Integendeel, het is de d die dan stemloos wordt. Ook dit wordt niet weergegeven: men schrijft dus uutdoeën (niet uuttoeën), uut de kasse (niet uut te kasse) etc.

Een stemloze medeklinker maakt een erop volgende v, z of g stemloos, dus maakt er respectievelijk een f, s of (Brugse) ch van. In de taalkunde spreekt men van progressieve assimilatie: de eerste medeklinker behoudt zijn karakter en beïnvloedt de volgende medeklinker, zoals de t voor een d hierboven. Conform de Nederlandse spelling geeft men deze klankverandering niet weer. Men schrijft dus ‚t is vul (niet ‚t is ful), ‚k zien do (niet ‚k sien do), ipgeejven (niet ipcheejven) etc.

Een klinker of glijder (l, m, n, r, j of w) maakt als gevolg van progressieve assimilatie een erop volgende f, s of ch stemhebbend, dus maakt er respectievelijk een v chemical meat tenderizer, z of (Brugse) g van. Conform de Nederlandse spelling geeft men deze klankverandering niet weer. Men schrijft dus liefreuke (niet lievreuke), z’is wèg (niet z’iz wèg), toch nie (niet tog nie) etc.

De vervoegings-t van het werkwoord kan wegvallen als het volgende woord met een medeklinker begint. Dat is ook zo bij de woordjes wat, dat, mèt en niet:

Ook een stemloze slot-d valt op die manier weg:

Echter, deze weggevallen -t/-d oefent toch nog zijn invloed uit op de erop volgende medeklinker, die stemloos kan worden: men hoort dus Zèg ta nie; Je zieë feejle; Ja wa sèg je; Z’aa chin antrèk etc. Deze assimilatie wordt niet in de spelling weergegeven (zie 1.2.1 en 1.2.2).

Niet alleen medeklinkers kunnen elkaar onderling beïnvloeden. Ook wanneer een klinker en een medeklinker aangrenzend zijn, kan de ene de andere doen veranderen of doen wegvallen. Dit zijn de belangrijkste gevallen en de erbij horende afspraken voor de spelling:

Een doffe -e op het einde van een woord valt weg als er een woord op volgt dat met een klinker begint. Bij korte woordjes (de, je, ze etc.) geeft men dit aan met een apostrof, bijvoorbeeld z’is t’oekd. Bij de andere woorden laat men de e staan, omwille van de gelijkvormigheid van het woord in andere omgevingen. Men schrijft dus d’èspe angt an de bolke (niet d’èsp‘ angt an de bolke), tuschen de garre èn de deure (niet tuschen de gar‘ èn de deure), vorte eejers (niet vort‘ eejers) etc.

Een klinker maakt een voorafgaande vervoegings-t stemhebbend (maakt er dus een -d van) als die vervoegings-t op een klinker volgt of aan een werkwoord gehecht wordt dat in de infinitief voor de -en een stemhebbende medeklinker laat horen (bijvoorbeeld kennen buy water bottles online, geejven etc., maar niet lachen, wèrken etc.). Omwille van de gelijkvormigheid van het woord behoudt men toch de spelling met -t. Men schrijft dus ‚t stot ieër (niet ‚t stod ieër), ze kènt èm (niet ze kend èm), je gift olles wèg (niet je gifd olles wèg) etc.

Een nasale medeklinker (n, m of ng) maakt een voorafgaande klinker nasaal (zorgt er dus voor dat bij het uitspreken van die klinker de lucht uit de longen gedeeltelijk door de neus naar buiten gaat). Vergelijk de oa in koas en koantjies, de eeë in zeeëpe een zeeëmel, de ie in brieke en briengen etc. Het verschil is er, maar blijft al bij al te onopvallend om er een andere letter of lettercombinatie te introduceren. De nasalering. wordt dus niet in de spelling weergegeven om het woordbeeld niet te schaden.

Volgt er op de n een schuurklank (bijvoorbeeld s best thermal water bottle, g, z etc.), dan wordt de voorafgaande klinker lang (als die nog niet lang was), en valt de n zelf weg. Voorbeelden hiervan zijn sanse, pènse, kiens, klinst, schonst, bruunst, slunstjie, froense, oeënsdag, angekommen, invetten. Deze complexe maar spontane klankverandering wordt evenmin in de spelling weergegeven, ook hier om een vlotte leesbaarheid te waarborgen.

Voorbeelden:

„Zich“ wordt in het Brugs niet gebruikt. In de plaats gebruikt men: me/mien, je/joen, èm, eur, èm, ons, joender en under.

Voorbeeld:

Voorbeelden:

Voorbeeld: roar (eigenaardig, ongewoon)

Voorbeelden:

In de taalkunde heeft men de gewoonte om de sterke werkwoorden in 7 ablautsklassen in te delen (zie ook Gotisch, Oudnoords, Oudengels, Oudhoogduits). Die indeling is gebaseerd op de oorspronkelijke verbuigingen van sterke werkwoorden in het Oudgermaans, en men gebruikt ze hier ook om al de mogelijke verbuigingen in het Brugs op te sommen.

1 De subklasse toont de klankwijzigingen die optreden tussen infinitief – 3e p.ev. v.t. – 1e p.mv. v.t. – voltooid deelwoord.

Sommige sterke werkwoorden kunnen in het Brugs ook zwak verbogen worden, uitgezonderd van het voltooid deelwoord.

Voorbeelden:

Voorbeelden:

Sommige zwakke werkwoorden kunnen in het Brugs ook sterk verbogen worden, uitgezonderd van het voltooid deelwoord.

Voorbeelden:

Voorbeelden:

(*) Zie hier voor „zullen“ in het Brugs.

Voorbeelden:

Verkleinwoorden maakt men door aan het zelfstandig naamwoord enkelvoud een achtervoegsel bij te voegen. Dat kan -je, jie, -(s)tje of -(s)tjie zijn.

Puma Fußballschuhe Steckdose | Kelme Outlet

MCM Rucksack | Kelme | maje dresses outlet| maje dresses for sale

kelme paul frank outlet new balance outlet bogner outlet le coq sportif outlet schlanke straffe Beine Overknee-Stiefeln